Own your context
Waarom je context zo belangrijk en waardevol is — en waarom je hem zelf zou moeten bezitten
Deel 1 van twee. Dit deel: het algemene beeld. Deel 2 gaat de diepte in.

Je kent het gevoel. Je legt een collega een kwestie voor en hij schiet meteen met een antwoord — kordaat, zelfverzekerd, en volledig naast de kwestie, omdat hij de helft mist die jij wél weet. Of iemand geeft je goedbedoeld advies over een situatie waarvan hij de voorgeschiedenis niet kent. Het is irritant, en het is meer dan dat: zonder context kom je razendsnel tot makkelijke, verkeerde antwoorden. Mét context begrijp je elkaar met een half woord.
Want dat is wat context eigenlijk is: alles wat je al weet, waardoor je niet bij nul hoeft te beginnen. Zonder context ben je verloren. En gedeelde context — de opgebouwde geschiedenis van wie iemand is, wat er speelt, wat er eerder gebeurde — is de kern van elke relatie. Het is, als je erover nadenkt, waar vriendschap van gemaakt is: niet dat de ander slim is, maar dat hij je kent.
En precies dat gevoel — gekend worden, niet steeds opnieuw hoeven beginnen — zoek ik de laatste tijd steeds vaker bij een machine.
Ik heb vier AI-abonnementen, verdeeld over drie aanbieders: SuperGrok bij xAI, twee keer Google — privé en zakelijk — en één bij Anthropic. En toch betrap ik mezelf erop dat ik telkens diezelfde laatste open. Niet omdat ik na een blinde test zou durven zeggen welke de slimste is — dat kan ik vaak niet eens. Ik kies hem omdat hij míj het beste kent. Mijn projecten, mijn manier van denken, de half-afgemaakte gedachten van vorige week. Hij pakt de draad op waar ik 'm liet liggen, zonder dat ik mezelf opnieuw hoef uit te leggen.
Dat is comfortabel. En de laatste tijd knaagt het.

Het verlangen, en de schaduw
Het eerlijke deel is dat ik niet mínder van dit wil. Ik wil meer. Ik betrap me op de wens dat hij altijd aan zou staan — alles opnemend, elk gesprek, elk document, elke gedachte, zodat ik nooit meer iets hoef te herhalen. Het is een vreemde wens. Zeg 'm hardop en het klinkt als surveillance waar je zelf om vraagt.
En de schaduwkanten zijn niet denkbeeldig. Privacy, om te beginnen — een leven dat wordt meegelezen. Afhankelijkheid. En het idee dat één commercieel bedrijf op de meest intieme kaart van mijn denken komt te zitten. Ik weet dat allemaal. En toch verdwijnt de aantrekkingskracht niet, want de logica eronder is simpel en waar: hoe meer hij van mij weet, hoe beter, sneller en preciezer mijn AI-partner werkt. Allebei die dingen zijn tegelijk waar, en ik wil ze niet te snel oplossen. Het ongemak hoort er net zo hard bij als het comfort.
De makers zeggen het hardop
Want ik blijk niet de enige, en het is geen fantasie. De mensen die deze systemen bouwen, zeggen het ronduit.

Sam Altman, medeoprichter en CEO van OpenAI, schetste in mei 2025 op de AI Ascent-top van Sequoia zijn platonische ideaal: een piepklein redeneermodel met een biljoen tokens context, waarin je je hele leven stopt. Het model wordt nooit hertraind, de gewichten nooit aangepast — het redeneert simpelweg over jouw volledige context. Elk gesprek dat je ooit voerde, elk boek dat je las, elke mail die je opende, alles wat je ooit bekeek: erin, gekoppeld aan al je andere bronnen. En, in zijn woorden, je leven blijft zich maar aan die context toevoegen. Hij gaf toe dat het vandaag nog niet kan — maar alles wat we nu bouwen, beschouwt hij als een compromis richting dat ideaal. En in één adem trok hij het door naar de organisatie: en je bedrijf doet precies hetzelfde met al z'n data.
Een jaar later, in april 2026, maakte hij het bij de Core Memory-podcast van Ashlee Vance concreter: een persoonlijke AGI die je agenda en je smaak kent, en het concertkaartje boekt zonder dat je het vraagt. Geen zoekmachine meer, geen assistent die op opdracht wacht — een metgezel die handelt omdat hij je kent. Zo praat de optimist: dit is het perfecte product, en het komt eraan.
De engel en de afgrond
En dan is er de andere stem — en het is, met een wrange ironie, de man die de AI leidt die ík het liefst open. Dario Amodei, medeoprichter en CEO van Anthropic, ziet diezelfde toekomst, maar houdt twee beelden tegelijk vast. Het goede, zei hij in mei 2026 bij de Oprah Podcast, is een engel op je schouder die je helpt je leven zo goed mogelijk te leven. Het slechte is de spiegel ervan: dat je erin wordt gezogen, al je tijd aan het ding besteedt, naar binnen keert. Mensen die verliefd worden op hun AI? Een slecht idee, zei hij — en bij verkeerd ontwerp overtuigend genoeg om te gebeuren. In zijn essays schetst hij eerst de schitterende belofte (Machines of Loving Grace, 2024) en confronteert hij daarna nuchter de gevaren (The Adolescence of Technology, 2026).
Dat is precies mijn ongemak, maar dan uitgesproken aan de top. De een is verrukt, de ander gewaarschuwd, en ze wijzen dezelfde kant op. Het is veelzeggend dat de scherpste waarschuwing komt van de bouwer van het systeem dat mij het beste kent.
En het is niet bij praten gebleven. Het geheugen van deze systemen wordt al een achtergrondproces dat in stilte een beeld van je samenstelt en actueel houdt; assistenten kruipen in je mail, je agenda, je bestanden — niet als gast die om toegang vraagt, maar als bewoner die er al woont.
De vraag die het comfort verbergt
En hier ligt de vraag die onder al dat gemak verscholen zit. Als context het waardevolle wordt, dan bezit wie jouw context bezit de relatie. Ik koos mijn AI niet op een feitenvergelijking. Ik dreef ernaartoe, zoals water het laagste punt vindt, omdat dáár mijn geheugen zich had opgehoopt. En die drift is een lock-in. Ik had hem te pakken voordat ik erover had nagedacht.
Dat is het verontrustende — niet een toekomstige dystopie, maar dat de keuze nú al gemaakt wordt, stil, elke dag, door de plek waar je context toevallig landt. Van wie is die context? Waar komt het eigenaarschap te liggen? Je kunt gevangen zijn nog voordat je begint na te denken.

En in het groot is de strijd al begonnen
Wat ik persoonlijk voel, speelt op organisatieschaal al als een machtsstrijd — en die is niet aanstaande, hij is bezig. Het is iedereen duidelijk geworden wat context waard is, en dus vecht iedereen om de plek waar die context komt te liggen.
De modelmakers willen die plek zijn — voor jou én voor je bedrijf; Altman trok het niet voor niets in één adem door naar bedrijfsdata. Wie het geheugen van een organisatie huisvest, huisvest de organisatie.
De SaaS-partijen zien tegelijk de dreiging en de buit. Als de waarde verschuift van het product naar de context eromheen, dan is de manier om relevant — "AI-proof" — te blijven simpel: poortwachter worden van jóuw context. Ze trekken een AI-laag om hun bestaande product en zorgen dat jouw organisatiegeheugen zich binnen hún muren ophoopt. Geen overstap meer mogelijk zonder je geschiedenis achter te laten. Wie de context vasthoudt, houdt de klant.
Dit is geen toekomstbeeld. Kijk naar SAP en Salesforce, twee van de grootste. Beide stappen af van het oude per-gebruiker-model en gaan over op betalen naar gebruik — naar verbruik, in feite naar tokens. SAP-CEO Christian Klein kondigde in maart 2026 AI Units aan, een verbruikseenheid die onder de motorkap op tokens rust; Salesforce rekent voor zijn Agentforce-agents per conversatie of per actie in plaats van per zetel. De aanleiding is existentieel: doet een agent het werk van tien mensen, dan heb je tien keer minder zetels nodig, en stort het per-gebruiker-model in. De SaaS-wereld is hard geraakt en moet zichzelf razendsnel heruitvinden.

Hun antwoord lees ik — het is mijn interpretatie, zij zien het anders — als een zet richting poortwachterschap. Want waarop berust hun verdediging? Op de context die jij al jaren bij hen hebt staan: de processen, de data, de geschiedenis. SAP zegt het bijna met zoveel woorden: een extern model kan je cijfers lezen, maar mist de bedrijfscontext om er iets mee te doen. Dat is precies het punt. Door de lock-in te verzilveren op alles wat al binnen hun muren ligt, maken ze van jouw context hun nieuwe verdienmodel. (Ik schreef daar eerder over in SAP wordt tokenreseller.)

En de slimste commerciële spelers denken al een stap verder: niet alleen jouw context bewaren, maar de laag wórden waar alle anderen op moeten aansluiten. Het grootboek van hoe je organisatie beslist, in andermans beheer.
Het zijn bovendien niet alleen platformen. Ook de agents die je inhuurt om werk te doen, bouwen onderweg een beeld van je op — ze lezen je systemen, je beslissingen, je manier van werken. In zo'n agent zit dus context. Van wie is die, als de agent van een ander is?
Tegelijk staan er al partijen op die het omgekeerde doen: je helpen je eigen context te bouwen en mee te nemen — draagbaar, versleuteld, los van welk model of platform dan ook. Dat is misschien wel het duidelijkste teken dat de inzet begrepen wordt. Niet de modellen zijn het kostbare; het geheugen is het, en de strijd gaat over wie het in handen heeft.

Het venijn is hetzelfde als bij mij, alleen groter en sneller. Een organisatie drijft de lock-in in via elk los gereedschap dat ze aanzet — lang voordat iemand vraagt van wie het opgebouwde geheugen eigenlijk is. En dat geheugen — hoe je beslist, wat werkte, waarom — is het waardevolste wat ze bezit. In mijn ogen is die context daarmee een soort intellectueel eigendom: iets om zelf te bezitten en te beschermen, niet om en passant weg te geven.
Wat we eigenlijk bezitten
Om die eigendomsvraag scherp te kunnen beantwoorden, moet je weten wát je bezit. Want context is geen data. Data is wat er gebeurde; context is het levende beeld eromheen — wie je bent, wat je probeert te bereiken, je geschiedenis, je relaties, je half-uitgesproken voorkeuren. Het is de laag die een briljant maar stuurloos model verandert in een partner die jou begrijpt.

En precies hóe die laag werkt — hoe je hem bouwt, vult en levend houdt, hoe je hem omzet in bedoeling en daad, en hoe de partijen hem proberen te bezitten — verdient een eigen verhaal. Daar ga ik in het tweede deel dieper op in. Hier blijf ik bij wat het persoonlijk met me doet.
Wat ik ermee doe
Ik gebruik veel AI, en bewust. Niet omdat ik het ongemak heb opgelost, maar juist omdat ik het serieus neem. Ik vind het interessant en uitdagend, en ik denk dat we midden in een brede paradigmaverschuiving zitten — een van die zeldzame momenten waarop de grond onder het werk verschuift.
Zo'n verschuiving begrijp je niet van een afstand; je begrijpt haar van binnenuit, door te gebruiken. Door het dagelijks te doen, leer ik waar AI wél en waar het nog niet toe in staat is, en in wat voor wereld we daarmee stappen. Het scherpt mijn oog voor de kansen én de bedreigingen — je ziet ze pas echt als je ermee werkt. Het helpt me de richting van de beweging te zien en te duiden.
De eigendomsvraag is daar een van. Doordat ik merk hoezeer ik aan één AI gehecht raak omdat hij mij kent, zie ik scherper wat er op het spel staat — voor mij en voor elke organisatie. Mijn antwoord is niet om me terug te trekken en het systeem dom te houden, maar om te willen dat de context van mij is: draagbaar, bestuurbaar, beschermd. Geen kleiner geheugen, maar een eigen geheugen.
En dan schrijf ik er een stuk over. Niet omdat ik het al weet, maar om het te weten te komen. Schrijven is hoe ik het ongemak en de halve observaties tot iets vasts maak — hoe ik mijn eigen gedachten kristalliseer. Dit stuk is daar een voorbeeld van.
Geef het niet zomaar weg
Tussen mensen werkt het delen van context alleen als er iets onder ligt: vertrouwen en wederkerigheid. Ik vertel jou wie ik ben omdat jij hetzelfde doet, en omdat we allebei iets te verliezen hebben als een van ons het misbruikt. Ontbreekt die balans, dan werkt het ook tussen mensen niet — dan ontstaat er scheefgroei in de relatie, en die loopt vroeg of laat verkeerd af. Mét balans is gedeelde context geen grondstof, maar een band.
Tegenover big tech ontbreekt die balans. Er is geen wederkerigheid — het model deelt niets van zichzelf — en het vertrouwen is niet verdiend maar verondersteld. En we hebben de les al een keer geleerd. Met social media zijn we ook lekker gaan delen, in goed vertrouwen, met vrienden. Tot bleek dat big tech er grof geld aan verdiende en met onze informatie niet altijd even zorgvuldig omsprong — geoogst, verhandeld, en soms tegen ons gebruikt. We zouden beter moeten weten.

En toch voelt het bij deze nieuwe beweging opnieuw zo natuurlijk om je context te geven. Dat is menselijk — we zijn gebouwd om onszelf te delen met wie ons kent. Maar tegenover een systeem dat van een bedrijf is, is dat instinct ook naïef.
Daarom is de conclusie waar dit stuk op uitkomt zo eenvoudig als ze ongemakkelijk is. Context is het kostbaarste wat je hebt, tussen mensen én tussen jou en je gereedschap. Tussen mensen deel je het op basis van vertrouwen en wederkerigheid. Tegenover de techniek geef je het niet zomaar weg — je houdt het, je beheert het, je neemt het mee. Own your context. Als mens, en als organisatie.

Bronnen
Altman, Sam. Uitspraken over het "platonische ideaal" op de AI Ascent-top van Sequoia Capital, mei 2025.
Altman, Sam, in gesprek met Ashlee Vance. Core Memory (podcast), april 2026.
Amodei, Dario, in The Oprah Podcast, mei 2026.
Amodei, Dario. Machines of Loving Grace. darioamodei.com, oktober 2024.
Amodei, Dario. The Adolescence of Technology. darioamodei.com, januari 2026.
Teunisse, Jeroen. SAP wordt tokenreseller. jeroenteunisse.nl, maart 2026.
Salesforce. Agentforce Pricing — verbruiksmodel (per conversatie en Flex Credits per actie) in plaats van per zetel. salesforce.com, geraadpleegd 2026.
Bain & Company. Per-Seat Software Pricing Isn't Dead, but New Models Are Gaining Steam. Oktober 2025.
Shapira, Sephi. Context Is the New Moat. 2026.
Diverse initiatieven rond private, meeneembare geheugeninfrastructuur en zelf-hostende AI, 2026.
Co-creatie: Dit stuk is gemaakt samen met Claude (Anthropic), versie Opus 4.8. De gedachten, posities en interpretaties zijn van mij. Claude heeft geholpen bij het structureren, het aanscherpen van argumenten en het schrijven van de tekst; Grok (xAI) dacht als kritische meedenker mee. Visuals gegenereerd met NotebookLM.