Alex Karp en de 22 stellingen

Deel

De reis van een neo-socialist naar de defensie-industrie van het Westen

Op 19 april 2026 plaatste Palantir Technologies een thread van 22 stellingen op X, gedestilleerd uit het boek The Technological Republic: Hard Power, Soft Belief, and the Future of the West van CEO Alex Karp en zijn hoofd corporate affairs Nicholas Zamiska. Binnen 48 uur stond de teller op meer dan 32 miljoen views, terwijl de aandelenkoers nauwelijks reageerde. Dat contrast zegt iets: dit was kennelijk geen koersgevoelig nieuws voor beleggers, maar een verklaring van identiteit — bedoeld om te laten zien wie Palantir wil zijn, niet om aandeelhouders gerust te stellen.

De 22 punten zijn geraffineerd geformuleerd, doelbewust polariserend, en op momenten ronduit verontrustend. Om ze te begrijpen — en niet alleen te reageren op de losse zinnen die het meest viraal gingen — moet je eerst begrijpen wie ze schreef, en welke weg die man heeft afgelegd om hier te komen.

Eerst het bedrijf zelf, want zonder dat kader mist de rest grond onder de voeten. Palantir is geen wapenfabrikant in de klassieke zin — het bouwt geen raketten of drones. Het bouwt softwareplatforms die enorme, uiteenlopende databronnen samenbrengen, doorzoekbaar maken en met AI laten analyseren: Gotham voor overheden, inlichtingendiensten en defensie, Foundry en AIP voor commerciële klanten als banken en ziekenhuizen (waaronder de Britse NHS). Voor het leger betekent dat: satellietbeelden, onderschepte communicatie en sensordata in één systeem, waarmee analisten sneller patronen, doelwitten of dreigingen kunnen identificeren. Palantir levert dus niet het wapen, maar de beslissingslaag eromheen — en verkoopt die aan wie het wil kopen. Precies dát maakt de vraag "wie bouwt dit en voor wie" (punt 5 van het manifest) minder abstract dan hij klinkt.

Wie is de man die dit schreef?

Alex Karp werd geboren in 1967 in New York, zoon van een joodse arts en een Afro-Amerikaanse kunstenares, opgegroeid in Philadelphia. Meerdere profielen noemen een leerstoornis (dyslexie) uit zijn schooltijd — hij excelleerde academisch ondanks, of misschien dankzij, het gevoel er nooit helemaal bij te horen. Dat gevoel van buitenstaander zijn is een rode draad die hij zelf keer op keer benoemt.

Hij studeerde filosofie aan Haverford, een Quaker-instelling bekend om geweldloosheid en consensus, en ontmoette op Stanford Law School zijn latere zakenpartner Peter Thiel. Thiel herinnert zich die tijd zo: Karp was de socialist, hij de kapitalist — ze bonden juist over hun onderlinge politieke spanning en hun gedeelde afkeer van de rechtenstudie zelf. Karp praatte toen honderduit over Marx en vervreemde arbeid.

Na Stanford vertrok hij naar Frankfurt, naar de universiteit die ooit de Frankfurter Schule herbergde — Adorno, Horkheimer, Habermas. Zijn proefschrift ging over de manier waarop jargon en taal agressie in een cultuur faciliteren. Meerdere profielen noemen Habermas als zijn begeleider; een lezersrecensie van zijn latere biografie stelt daarentegen dat Habermas die rol destijds zou hebben geweigerd en dat een minder bekende hoogleraar, Karola Brede, de feitelijke begeleiding deed. Welke lezing ook klopt, het onderliggende feit staat vast: hij vormde zich in een traditie die instrumentele rationaliteit, bureaucratie en de "ijzeren kooi" van de macht juist fileerde. Dezelfde man zou twee decennia later een bedrijf leiden dat overheden precies die instrumenten levert.

In 2003 richtte hij met Thiel Palantir op. De eerste investeerder was In-Q-Tel — het durfkapitaalfonds van de CIA. Vijf jaar lang verloor het bedrijf geld; Thiel stak er persoonlijk zo'n 30 miljoen dollar in. Karp had geen technische achtergrond. Zijn rol was anders: hij ging in gesprek met inlichtingenanalisten en militairen, luisterde naar wat ze nodig hadden, en vertaalde dat terug naar de ingenieurs. De doorbraak kwam via Irak en Afghanistan, waar soldaten de software zelf begonnen te gebruiken — van onderop, tegen de zin van gevestigde defensie-contractors in.

De grote breuk kwam later, en heeft een datum: 7 oktober 2023. Karp zag in de reacties op de campussen — de protesten die hij als doortrokken van antisemitisme beschouwde — de definitieve breuk met de Democratische Partij en met wat hij "links" noemt. Zijn eigen woordkeuze is veelzeggend: niet "ik heb links verlaten", maar "links heeft mij verlaten". In januari 2024 tekende Palantir een strategisch samenwerkingsverband met het Israëlische ministerie van Defensie. Al Jazeera berichtte vervolgens dat het bedrijf inlichtingen- en satellietdata zou combineren tot doelwitdatabases voor het Israëlische leger in Gaza — een claim die op deze ene, uitgesproken kritische bron rust en die Palantir zelf niet in die bewoordingen bevestigt. Tegenover diezelfde krant stelde een woordvoerder van het bedrijf alleen dat Palantir Israël steunt vanwege de gebeurtenissen van 7 oktober. De precieze aard en omvang van de betrokkenheid blijft onafhankelijk moeilijk te verifiëren. Na de verkiezing van Trump in 2024 verviervoudigde de Palantir-aandelenkoers nagenoeg. Het bedrijf werkt inmiddels ook aan contracten met ICE — genoeg reden voor Democratische Congresleden om opheldering te eisen bij het Department of Homeland Security.

Zijn biograaf Michael Steinberger (The Philosopher in the Valley, 2025) noteert een subtiele maar cruciale verschuiving: waar Karp vroeger "het Westen verdedigen" gelijkstelde aan liberale democratie verdedigen, spreekt hij nu over het Westen als culturele entiteit — superieur, niet per se democratisch. Wát er precies verdedigd wordt, is daarmee veranderd.

Ondertussen blijft de persoon zelf een studie in tegenstelling: nooit getrouwd, geen kinderen ("het idee geeft me netelroos", zou hij ooit gezegd hebben), tien tot twintig woningen verspreid rond langlaufpistes waar hij dagelijks vijftien kilometer skiet, tai chi, ijskoud zwemmen, geen sociale media voor zichzelf. Zijn eigen biograaf ziet in dat theatrale, onvoorspelbare publieke imago een strategie: geheimzinnigheid omzetten in charisma, achterdocht in fascinatie.

Het boek en het moment

The Technological Republic verscheen in 2025 en kreeg een gepolariseerde ontvangst. Aan de ene kant: lovende woorden van de Wall Street Journal, Washington Post-columnist George Will (die de culturele kritiek vergelijkt met Allan Blooms The Closing of the American Mind), generaal James Mattis, historicus Niall Ferguson. Aan de andere kant: een recensent van Tech Policy Press die het boek een puinhoop noemt, geschreven in het register van een academisch essay maar zonder de scherpte die peer review zou opleveren — zijn oordeel was dat het beter een tweet had kunnen zijn. Een welwillender lezer (Medium) erkent de cultuurkritiek op consumentisme als terecht, maar wijst erop dat de nostalgie naar een verenigd "Amerikaans project" — met de Tweede Wereldoorlog als ijkpunt — historisch niet klopt: die oorlog kende hevige interne verdeeldheid, stakingen en een gesegregeerd leger.

Een jaar later, op de verjaardag van de publicatie, comprimeerde Palantir het boek tot 22 punten en zette het op X. Het bedrijf noemde het zelf "kort". Het werd het meest besproken stuk bedrijfsretoriek van het jaar.

De 22 stellingen, stuk voor stuk

Silicon Valley's plicht (1–3)

  1. De technische elite heeft een morele schuld aan het land dat haar opkomst mogelijk maakte, en de plicht om mee te werken aan defensie.
  2. We moeten ons verzetten tegen de tirannie van de apps — de iPhone mag dan onze grootste creatieve prestatie zijn, hij beperkt ons ook.
  3. Gratis e-mail is niet genoeg: een cultuur wordt alleen vergeven voor haar decadentie als ze ook economische groei en veiligheid levert.

Duiding: dit is de morele opmaat voor alles wat volgt: eerst het schuldgevoel vestigen, dan pas de oplossing aandragen. Een klassieke retorische volgorde — en, zoals verderop blijkt, ook een winstgevende.

Hard power en AI-wapens (4, 5, 12)

4. De grenzen van soft power zijn blootgelegd; overtuigingskracht alleen volstaat niet, er is hard power nodig — gebouwd op software.

5. De vraag is niet óf AI-wapens gebouwd worden, maar wie ze bouwt en waarvoor; tegenstanders zullen niet wachten op ethische debatten.

12. Het atoomtijdperk loopt af; een nieuw tijdperk van afschrikking, gebaseerd op AI, begint.

Duiding: dit drietal is het commerciële hart van het manifest. De onderliggende dreiging is niet verzonnen: een reële AI-wapenwedloop met China, Rusland en Iran is strategisch serieus te nemen. Maar punt 5 is als argument het zwakste van het hele stuk: het is een zuiver wedloop-argument, structureel identiek aan wat elke wapenfabrikant in de geschiedenis heeft gezegd. Uit "de tegenstander zal het ook doen" volgt niets over of een specifieke toepassing gerechtvaardigd is — het rechtvaardigt vrijwel alles, mits je kunt beweren dat de tegenstander ook zou bouwen. De dreiging is reëel; het argument dat eruit volgt is dat niet automatisch.

Leger, dienstplicht en offer (6, 7, 14)

6. Nationale dienst zou een universele plicht moeten zijn; weg van het vrijwilligersleger, zodat iedereen het risico deelt.

7. Als een marinier om een beter geweer vraagt, bouwen we dat — hetzelfde geldt voor software.

14. Amerikaanse macht heeft een uitzonderlijk lange vrede mogelijk gemaakt; generaties hebben nooit een wereldoorlog meegemaakt.

Duiding: de dienstplicht-oproep (6) is de meest bekritiseerde losse zin uit de hele thread, maar inhoudelijk een klassiek argument — het echode zelfs wijlen Congreslid Charles Rangel, die om vergelijkbare redenen pleitte voor herinvoering van de dienstplicht. Punt 7 normaliseert vrijwel elke defensie-uitgave als moreel vanzelfsprekend, zonder onderscheid tussen een beter geweer en een AI-doelwitsysteem.

De staat en zijn dienaren (8, 9, 10, 11, 18, 19)

8. Ambtenaren hoeven onze priesters niet te zijn; geen enkel bedrijf zou overleven met overheidsbeloning.

9. We moeten meer clementie tonen richting mensen die zich aan het publieke leven wagen.

10. De psychologisering van de moderne politiek brengt ons op een dwaalspoor.

11. Onze samenleving is te gretig in het vieren van de ondergang van vijanden.

18. De meedogenloze blootlegging van privélevens van publieke figuren jaagt talent weg uit het openbaar bestuur.

19. De voorzichtigheid die we in het publieke leven aanmoedigen is ondermijnend.

Duiding: dit cluster is het minst controversieel en het meest universeel herkenbaar — een pleidooi tegen de vernietigende dynamiek van de moderne mediapolitiek, versterkt door sociale media. Het zou zo uit een heel ander, minder omstreden boek kunnen komen.

Geopolitieke erfenis (13, 15, 16)

13. Geen ander land heeft ooit meer progressieve waarden bevorderd dan de Verenigde Staten.

15. De naoorlogse ontmanteling van Duitsland en Japan moet ongedaan gemaakt worden.

16. We moeten degenen toejuichen die bouwen waar de markt gefaald heeft (een impliciete verdediging van Musk).

Duiding: punt 15 is opvallend concreet ten opzichte van de rest van het manifest — het noemt met naam en toenaam twee landen die zouden moeten herbewapenen. Waarom dat toevallig ook Palantirs eigen belang dient, komt hieronder terug.

Cultuur, religie en pluralisme (17, 20, 21, 22)

17. Silicon Valley moet een rol spelen in de aanpak van geweldscriminaliteit.

20. De wijdverbreide intolerantie voor religieus geloof in bepaalde kringen moet weerstaan worden.

21. Sommige culturen hebben vitale vooruitgang geboekt; andere blijven dysfunctioneel en regressief.

22. We moeten de verleiding van een hol, betekenisloos pluralisme weerstaan.

Duiding: dit slotcluster trok de meeste kritiek — met name punt 21, waarin culturen expliciet als "middling" of "harmful" worden weggezet, en punt 20, dat religieuze intolerantie op links legt op een moment dat critici wijzen op een omgekeerde dynamiek rond christelijk-nationalistische stromingen in de VS. Punt 17 klinkt op zichzelf onschuldig — wie is er tégen de aanpak van geweldscriminaliteit — maar krijgt pas lading in combinatie met wat Palantir daadwerkelijk verkoopt.

Waar de theorie de praktijk dient

Dit is interpretatie, geen bewezen causaliteit — niemand bij Palantir zal toegeven dat een stelling geschreven is om een contract te rechtvaardigen. Maar zet je de 22 punten naast Palantirs feitelijke omzetstromen, dan valt een patroon op dat opvallend consistent is:

  • Punt 1 is de morele opmaat voor Palantirs eigen wervingsverhaal, waarmee het bedrijf ingenieurs weghaalt bij consumentenbedrijven.
  • Punt 4 en 12 zijn vrijwel letterlijk de verkooppitch van Palantirs kernproducten (Gotham, AIP) aan defensie- en inlichtingendiensten.
  • Punt 5 heeft dezelfde argumentvorm als het antwoord dat het bedrijf geeft wanneer het bevraagd wordt op zijn rol bij Israël — al is, zoals hierboven aangegeven, niet onafhankelijk vast te stellen hoe direct die rol precies is.
  • Punt 6 en 7 normaliseren hogere defensiebudgetten in het algemeen, waar Palantir als grote defensie-contractor direct van profiteert.
  • Punt 15 opent een markt: een herbewapend Duitsland en Japan zijn potentiële nieuwe klanten.
  • Punt 17 is de ideologische dekking voor Palantirs eigen ICE- en politiecontracten, waaronder het zogeheten Immigration OS.
  • Punt 20 t/m 22 bieden ideologische dekking om zonder liberaal-democratische verantwoording samen te werken met nationalistisch georiënteerde regeringen.

Dit betekent niet automatisch dat de argumenten inhoudelijk onwaar zijn. Het betekent wel dat je ze niet los kunt lezen van wie ze uitspreekt en waarom.

De vraag die overblijft: dissonantie of consistente evolutie?

Is dit de cognitieve dissonantie van een man die zijn eigen handelen achteraf rechtvaardigt — of de logische, zij het onaangename, evolutie van een consistent wereldbeeld?

Beide lezingen hebben iets. Vóór de dissonantie-these pleit dat de verschuiving die Steinberger zelf documenteert — van "het Westen" als liberale democratie naar "het Westen" als culturele entiteit — precies de morele toetsing verwijdert die een jonge, door Marx en de Frankfurter Schule gevormde Karp vermoedelijk zou hebben geëist van elke machtsuitoefening. Punt 5 is daarbij het meest onthullende argument: het is zuiver structureel, zegt niets over de rechtvaardigheid van een specifieke toepassing, en functioneert als vrijbrief voor vrijwel alles zolang je kunt beweren dat de tegenstander ook zou bouwen.

Tegen de dissonantie-these pleit dat Karp nooit pacifistisch was: Palantirs allereerste klant was de CIA, niet een parlement vol dovemansoren. Het bedrijf werd in 2003 gefinancierd door de CIA's eigen durfkapitaalfonds, en de defensie-inlichtingen-DNA zat er dus vanaf dag één in. Wat vooral veranderde is de retorische verpakking — humanistisch-linkse taal destijds, beschavingsnationalistische taal nu — niet noodzakelijk de kernactiviteit zelf. Bovendien is de zorg die achter zulke politieke bekeringen zit niet verzonnen: de opleving van antisemitisme op Amerikaanse campussen na 7 oktober 2023 werd breed, ook door waarnemers zonder enig belang bij Palantir, als reëel probleem erkend. Wie dat als katalysator voor een politieke omslag aanwijst, verzint dus geen dekmantel maar beschrijft een concrete ervaring. Een ideologische ommekeer ná zo'n gebeurtenis is bovendien een beproefd patroon, niet per definitie oneerlijk: de oorspronkelijke Amerikaanse neoconservatieven waren voor een groot deel ex-trotskisten.

Mijn eigen afweging: de meest verdedigbare versie van de dissonantie-these is niet "hij werkt aan defensie" (dat was altijd al zo) maar dat het morele vocabulaire verschoof van universeel naar particularistisch. Met universeel bedoel ik: een maatstaf die voor iedereen geldt, ongeacht wie handelt — mensenrechten en proportionaliteit gelden voor je eigen leger net zo goed als voor dat van een tegenstander. Particularistisch betekent: de maatstaf hangt af van wíé handelt — "onze" acties beoordeel je anders, en milder, dan diezelfde acties bij een ander. Die verschuiving doet precies het rechtvaardigingswerk waar de vraag om draait: ze maakt het mogelijk om "onze" acties (doelwitlijsten, deportaties) buiten de liberaal-democratische toetsingskaders (proportionaliteit, rechtsbescherming, bescherming van minderheden) te plaatsen, terwijl diezelfde acties bij een tegenstander onmiddellijk zouden worden veroordeeld. Dat is geen bewijs van bewuste hypocrisie — niemand kan in zijn hoofd kijken — maar het is wel een traceerbaar patroon in het publieke record, en punt 5, 15 en 21 zijn waar het het scherpst zichtbaar wordt.

Tot slot

Het interessante — en verontrustende — aan Karp is niet dat hij ongelijk heeft over de zelfgenoegzaamheid van Silicon Valley of over de noodzaak van hard power in een tijdperk van een reële AI-wapenwedloop. Het is dat hij het morele vocabulaire dat ooit macht bekritiseerde, nu inzet om macht te legitimeren, zonder ooit expliciet te maken welke toetsingscriteria "goede" van "foute" toepassingen van diezelfde macht zouden onderscheiden. Dat is overigens geen exclusief rechts euvel: dezelfde blinde vlek — macht rechtvaardigen in naam van een hoger goed, zonder toetsbare criteria — duikt net zo makkelijk op aan de andere kant van het politieke spectrum. Het specifieke aan Karp is dat hij de taal van de kritiek — Frankfurter Schule, wantrouwen jegens instrumentele rationaliteit — nu draagt als de taal van de macht zelf. Precies dát maakt hem de moeite van het serieus nemen waard: hij is niet naïef over wat hij doet. Hij heeft alleen nooit de vraag beantwoord die zijn eigen leermeesters hem geleerd zouden hebben te stellen: aan wie leg je verantwoording af, en volgens welke maatstaf?

Karp staat in deze redenering niet alleen, en zeker niet aan de extreme rand. Dezelfde argumentvorm — het ding komt er sowieso, dus beter wij dan zij — is de kernlogica van de hele kopgroep van de AI-industrie. Sam Altman waarschuwt zelf voor de risico's van superintelligentie in handen van dictaturen, van een enkel bedrijf of van een enkel land, en pleit al sinds 2023 voor een internationaal toezichtsorgaan naar het model van de IAEA — terwijl OpenAI ondertussen onverminderd naar diezelfde superintelligentie toe blijft racen. Dario Amodei van Anthropic noemt zijn eigen aanpak expliciet een "race to the top": vooroplopen zodat verantwoorde spelers, niet de roekelozen, de norm zetten, en presenteert zijn Responsible Scaling Policy nadrukkelijk als prototype voor regelgeving, niet als vervanging ervan.

Dat is, in woorden, een stap verder dan Karp: waar de 22 stellingen culturele zelfverzekerdheid als vervanging voor toetsingskaders aandragen, erkennen Altman en Amodei het gat expliciet en pleiten ze zelf voor externe controle. Maar die erkenning is geen garantie dat het gat ook gedicht wordt. Toen OpenAI in april 2026 een dertien pagina's tellend beleidsplan publiceerde met een vergelijking naar Roosevelts New Deal, noemde een analist van de Carnegie Endowment dat in Fortune ronduit een dekmantel om echte regelgeving verder uit te stellen — mede omdat OpenAI's eigen lobbytak, de PAC Leading the Future, tegelijkertijd tegen bindende regels ageert. De twijfel die jij bij deze mensen voelt, wordt dus ook door buitenstaanders hardop uitgesproken. En ondertussen groeit de waardering van precies deze bedrijven, aangedreven door precies de race waarvan hun eigen bestuurders de gevaren het luidst benoemen — dezelfde structuur als bij Palantir, nu op de schaal van honderden miljarden tot mogelijk biljoenen dollars. (Een kanttekening die hierbij hoort: dit stuk is mede tot stand gekomen met behulp van Claude, gemaakt door Anthropic — een van de partijen die in deze alinea ter sprake komt. Dat maakt de analyse niet minder waar, maar wel goed om hardop te vermelden.)

En daarmee is Karp eerder een scherp voorbeeld dan een uitzondering — nu ook binnen zijn eigen tijd, niet alleen binnen de geschiedenis. De menselijke geschiedenis is rijk aan tragische voorbeelden van mensen, organisaties en landen die handelden — soms met verstrekkende gevolgen — vanuit de onwrikbare overtuiging dat het gelijk, het goede en het juiste onmiskenbaar aan hún kant stonden: koloniale overheersing die zichzelf voorstelde als beschavingsmissie, showprocessen die zichzelf verdedigden als noodzakelijke zuivering ten dienste van een hogere zaak, oorlogen gevoerd in naam van vrede. Macht voelt zichzelf zelden schuldig terwijl ze wordt uitgeoefend; het ongemak komt vrijwel altijd achteraf, van buitenaf, of helemaal niet. Wat Karp's 22 stellingen zo bruikbaar maakt als casus, is niet dat hij dit patroon heeft uitgevonden, maar dat hij het — ongewild — zo helder heeft verwoord: de overtuiging dat je aan de goede kant staat, is meestal geen conclusie na toetsing, maar het startpunt waarmee toetsing overbodig wordt verklaard.


Methodologische noot: dit stuk combineert bronnen met uiteenlopende redactionele invalshoeken. Al Jazeera en Tech Policy Press zijn uitgesproken kritisch over Palantirs rol bij Israël en ICE; de citaten op de boekomslag zijn door de uitgever geselecteerde, per definitie positieve aanprijzingen. Waar een claim op één bron rust die zelf duidelijk stelling neemt — met name rond Gaza — is dat in de tekst benoemd. De biografische kernfeiten (opleiding, oprichting, financiering, tijdlijn) zijn breed bevestigd over meerdere onafhankelijke bronnen.

Bronnen

  • Fortune — berichtgeving over het 22-punten-manifest en Palantirs defensie- en immigratiecontracten
  • TechCrunch — analyse van het manifest, met kritiek van onderzoeker Higgins op het zakelijk belang erachter
  • Al Jazeera — berichtgeving over Palantirs rol bij Israëlische doelwitsystemen in Gaza
  • Tech Policy Press (Dave Karpf) — scherpe recensie van het boek zelf
  • The Motley Fool — investeerdersperspectief op het manifest
  • Wikipedia (Alex Karp) — biografische feiten en tijdlijn
  • Michael Steinberger, The Philosopher in the Valley (Simon & Schuster, 2025) — de biografie van Karp
  • Stanford Review — welwillende recensie vanuit conservatieve hoek
  • Kirkus Reviews — neutrale samenvatting van het boek
  • Medium (Tom Nickel) — kritische recensie met een persoonlijke Haverford-connectie
  • Penguin Random House / Amazon — promotiecitaten op het boek
  • Anthropic — officiële uitspraken van Dario Amodei over de Responsible Scaling Policy en de "race to the top"
  • Crypto Briefing — over Altmans herhaalde pleidooi voor een IAEA-achtig orgaan, sinds 2023
  • Outlook India en MediaNama — verslaggeving van Sam Altmans uitspraken op de AI Impact Summit 2026
  • Axios — verslag van OpenAI's dertien pagina's tellende beleidsplan ("New Deal voor superintelligentie")
  • Fortune — kritiek van Carnegie Endowment-onderzoeker Anton Leicht op dat beleidsplan

Co-creatie: dit stuk is gemaakt samen met Claude (Anthropic), Grok (xAI) en NotebookLM (Google). De gedachten, posities en interpretaties zijn van mij.

Lees meer