Elektriciteit veranderde alles. AI ook?

Op 8 juni 2026 publiceerde OpenAI een manifest. "Built to benefit everyone", geschreven door Sam Altman en chief scientist Jakub Pachocki. De opening is opvallend literair voor een techbedrijf: stel je voor dat elektriciteit aankomt in een Amerikaans plattelandsdorp in de jaren twintig van de vorige eeuw. Geen water meer met de hand ophalen. Geen kaarslicht meer als de zon ondergaat. Geen ijs meer om voedsel te bewaren. En dan, langzaam, licht. Koelkasten. Radio. Een wereld die openging.
Het is een mooie analogie. En precies die analogie triggerde mij om er verder over na te denken. Deze blog is het resultaat.

De angst van toen
Toen elektriciteit haar intrede deed, was er geen gebrek aan scepsis en angst. Kaarsenmakers zagen hun beroep verdwijnen. Kolenhandelaren voor huisverwarming verloren hun markt. IJsverkopers — mensen die in de winter ijs hakten van meren en dat de zomer door verkochten — werden letterlijk overbodig. De angst was reëel en begrijpelijk. Er waren verliezers.

Maar er was ook iets anders aan de hand, iets dat de Britse econoom William Stanley Jevons al in 1865 beschreef, zij het over stoommachines en kolen. Zijn observatie was contra-intuïtief: efficiëntere machines verminderden het kolenverbruik niet. Ze verhoogden het. Goedkopere energie per eenheid leidde tot zoveel meer gebruik dat het totaalverbruik explosief steeg. Niet omdat mensen verspillend werden, maar omdat goedkopere energie toepassingen mogelijk maakte die daarvoor volledig ondenkbaar waren.

Elektriciteit bewees Jevons opnieuw, en op een schaal die hij zelf niet had kunnen voorzien. Goedkopere verlichting leidde niet tot minder lichtgebruik. Het leidde tot steden die nooit donker worden, fabrieken die 24/7 draaien, een volledig nieuwe economie van nachtleven, koelketens en elektronische communicatie. De kaarsenmakers hadden gelijk dat hun wereld verdween. Maar ze konden onmogelijk zien wat ervoor in de plaats kwam.

OpenAI's fase drie
OpenAI kondigde aan een nieuwe fase in te gaan. Fase één was onderzoek. Fase twee was product worden. Fase drie is iets groters: de economie begint zich te hervormen rondom AI, en de centrale vraag is hoe je geavanceerde intelligentie breed beschikbaar, betaalbaar en toegankelijk maakt voor iedereen. Concreet noemen ze drie doelen: een geautomatiseerde AI-wetenschapper bouwen die het onderzoeksproces zelf versnelt, de economie aanjagen via wetenschappelijke vooruitgang, en iedereen op aarde een persoonlijke AGI geven.

Het is een ambitieuze boodschap. En eerlijk gezegd ook een begrijpelijke. OpenAI diende op diezelfde dag vertrouwelijk zijn IPO-documenten in bij de SEC — de standaardroute voor grote beursgangen, waarbij de financiële details voorlopig niet openbaar worden. Dat is geen toeval, en het zou naïef zijn om dat te negeren. Investeerders kopen het verhaal van een biljoenmarkt, consumenten kopen de droom, en regulators zien een bedrijf dat zich positioneert als publieke nutsfunctie. Zo werkt een beursgang.
Maar een boodschap kan tegelijk strategisch én waar zijn. De elektriciteitsanalogie klopt. De richting klopt. Wat mij opvalt, is dat OpenAI de ongelijke verdeling en de getrapte beschikbaarheid van elektriciteit in slechts één bijzin benoemt. Dat verdient meer dan een bijzin.
Intelligentie op de meter
Hier ligt de eigenlijke belofte — en de eigenlijke uitdaging.
Elektriciteit werd infrastructuur. Niet een product dat je kocht, maar een stroom die je aftapte. Een meter op de muur, en je had toegang tot iets wat je leven fundamenteel anders maakte. De waarde zat niet in de elektriciteit zelf, maar in wat je ermee kon doen. De koelkast. De röntgenfoto. De assemblagelijn. Toepassingen die zonder die infrastructuur volkomen ondenkbaar waren.

AI gaat dezelfde beweging maken. Van premium product naar commodity. Van iets wat grote bedrijven en techexperts gebruiken naar iets wat op de achtergrond van alles aanwezig is. Intelligentie op de meter. Een arts in een Keniaans districtsziekenhuis die met een goedkope mobiele scanner beelden maakt en die via AI laat beoordelen op het niveau van een universitair medisch centrum. Een slager uit Chili die op zijn zestigste zijn eerste computer aanraakte en nu met AI tegelijk ondernemer, marketeer en boekhouder is. Een boer in Nigeria die via WhatsApp real-time advies krijgt over zijn gewassen — in zijn eigen taal, op zijn eigen telefoon.
Dit zijn geen vergezichten. Dit zijn de logische uitkomsten van wat Jevons beschreef: als iets goedkoper en toegankelijker wordt, verschijnen toepassingen die daarvoor eenvoudigweg niet mogelijk waren. Niet minder gebruik. Meer. Anders. Onvoorzien.
De eerlijke landing
Elektriciteit veranderde alles. Maar niet meteen, niet eerlijk, en niet zonder pijn voor wie aan de verkeerde kant van de transitie stond.
AI zal hetzelfde doen. De richting is helder. De ongelijkheid onderweg is reëel. Wie eerder toegang heeft, bouwt eerder voorsprong op. Wie langer wacht — uit onwil, onvermogen of gewoon pech — loopt achter.
Maar elektriciteit leerde ons ook dit: de infrastructuur die aanvankelijk alleen steden bereikte, bereikte uiteindelijk het platteland ook. Niet omdat het vanzelf ging, maar omdat de economische logica van bredere toegang onvermijdelijk was. Meer gebruikers betekende meer schaal, meer schaal betekende lagere kosten, lagere kosten betekenden nog meer gebruikers.
En hier is iets dat weinig mensen in West-Europa zien: het zuiden van de wereld wacht niet.

In Kenia fotograferen kleinschalige boeren zieke gewassen met hun telefoon. Een AI-app identificeert de ziekte in seconden en stuurt advies terug via WhatsApp of sms — in de lokale taal. PlantVillage, één van deze platforms, heeft maandelijks tussen de 400.000 en 500.000 gebruikers, verspreid over meer dan veertig landen. In Nigeria helpen AI-gestuurde adviesplatformen boeren om hun planttiming en watergebruik te optimaliseren, met inkomenswinsten van 15 tot 25 procent bij de groepen die ermee werken.
In de gezondheidszorg speelt hetzelfde. Goedkope mobiele CT-scanners — een fractie van de kostprijs van traditionele apparatuur — produceren beelden van lagere kwaliteit. Maar AI kan die beelden verbeteren, patronen herkennen die het menselijk oog mist, en een diagnostische capaciteit leveren die eerder alleen beschikbaar was in topreferentiecentra. Teleradiologie maakt het mogelijk dat een arts in Nairobi of Lagos beelden laat beoordelen door een AI-systeem dat getraind is op miljoenen scans wereldwijd.

Het grote onderzoek onder 81.000 mensen uit 159 landen, uitgevoerd door Anthropic in december 2025, liet dit patroon in harde cijfers zien. In Sub-Sahara Afrika en Centraal-Azië zegt 17 tot 18 procent van de respondenten geen enkele zorg te hebben over AI — twee keer zo hoog als in Noord-Amerika en West-Europa. De dominante vraag in het rijke Westen is: hoe behoud ik wat ik heb? De dominante vraag in opkomende economieën is: hoe kom ik bij wat ik nooit kon bereiken?
Een ondernemer uit Kameroen verwoordde het zo: met AI heb ik tegelijk professioneel niveau bereikt in cybersecurity, UX-design, marketing en projectmanagement. Wat anders een maand had geduurd, deed AI in dertig seconden.

Dat is Jevons in de praktijk. Niet minder gebruik als intelligentie goedkoper wordt. Meer. Anders. In categorieën die daarvoor ondenkbaar waren.
Intelligentie op de meter volgt dezelfde logica als elektriciteit op het platteland. De vraag is niet óf het zo gaat. De vraag is hoe snel, en wie de prijs betaalt van het tempo onderweg.
OpenAI vergeleek AI met de komst van elektriciteit. Het is een goede vergelijking — misschien preciezer dan ze bedoelden. Want elektriciteit veranderde niet alleen wat mensen konden doen. Het veranderde ook wie er aan mee mocht doen. Aanvankelijk de rijke stadsbewoner, de grote fabriek, het kapitaalkrachtige bedrijf. Het platteland, de arme wijk, de kleine boer — die wachtten decennia. Niet omdat de technologie het niet toeliet, maar omdat politieke en economische keuzes bepaalden wie er als eerste bij mocht.
Met AI speelt precies hetzelfde. Wie heeft nu toegang? Wie betaalt de abonnementen? Wie heeft de bandbreedte, het apparaat, de digitale geletterdheid? De technologie is er — maar wie er gebruik van mag maken, en onder welke voorwaarden, wordt de komende jaren bepaald.

Die vraag ligt nu op tafel. Wie zich niet bemoeit met het antwoord, laat het aan anderen over.

Bronnen en inspiratie: OpenAI, 'Built to Benefit Everyone — Our Plan' (8 juni 2026) · Anthropic, 'What 81,000 People Want from AI' (maart 2026) · William Stanley Jevons, 'The Coal Question' (1865) · PlantVillage / iAfrica, 'Keniaanse boeren gebruiken AI-apps voor gewasziekten' (mei 2026) · AgriWebNews, 'Can AI Save African Farming? The Honest 2026 Assessment' (januari 2026) · Coherent Market Insights, 'AI in Medical Imaging Market' (2026) · European Radiology / Springer Nature, 'AI Implementation in Medical Imaging in LMICs' (oktober 2025)
Dit stuk is georkestreerd samen met Claude (Anthropic), versie Sonnet 4.6 en NotebookLM (Google) voor de visualisaties.