AI buikpijn bij developers

Deel

Waarom AI de software developer raakt in de kern van zijn identiteit.


De onrust die je niet goed kunt plaatsen

Er is iets aan de hand in de wereld van software developers. Ik zie het in gesprekken. Ik lees het online. Ik hoor het in de marge van meetings, in de pauzes van trainingen, in de toon waarop mensen reageren als het onderwerp AI ter sprake komt.

Het is geen paniek. Het is iets stiller dan dat. Een soort onrust die je niet goed kunt plaatsen. Een onderbuikgevoel dat zich moeilijk laat verwoorden maar wel aanwezig is. Constant.

Developers — mensen die hun hele loopbaan hebben gebouwd op het vermogen om complexe problemen op te lossen met code — vragen zich af wat hun rol nog is. Niet hardop altijd. Maar je hoort het ertussen.

Ik ben geen developer. Ik ben ondernemer, observator, en iemand die al twintig jaar werkt met mensen die dat wel zijn. Ik zie de onrust van dichtbij. En ik herken er iets in wat ik eerder heb gezien — in andere contexten, bij andere mensen, in andere tijden van grote verandering.

Dit blog gaat over dat gevoel. Over wat eronder zit. En over waarom het begrijpen van dat gevoel misschien wel het belangrijkste is wat je kunt doen in dit tijdperk van AI-disruptie.


Too long; didn't read

Voor wie nu al denkt: dit wordt te lang — hierbij de korte versie.

Developers ervaren een identiteitscrisis door AI. Coderen was nooit alleen een vaardigheid — het was wie ze waren. Die crisis wordt versterkt door een dubbele klap: niet alleen verandert het vak, het dreigt te verschuiven naar iets wat developers bewust niet wilden worden. Die crisis leidt tot begrijpelijke copingmechanismen: ontkenning, weerstand, rationalisatie. En hier zit de paradox: developers zijn ook het best voorbereid — in onderliggende competenties — voor wat komen gaat. Die capaciteit ligt er al — het vraagt alleen dat je voorbij de weerstand kijkt. Dit blog is een spiegel. Geen oordeel.


Coderen als identiteit

Om te begrijpen wat er gebeurt, moet je eerst begrijpen wat coderen betekent voor mensen die het doen.

Het is geen vak zoals andere vakken. Het is een manier van denken. Een manier van zijn. Wie jaren heeft gecodeerd weet hoe het voelt om een complex probleem te ontrafelen via pure logica. Om een systeem te bouwen dat werkt — precies zoals je het bedacht had. Om een bug te vinden die je al dagen achtervolgt en dan, op dat ene moment, te zien waar het misging.

Die momenten zijn niet zomaar prestaties. Ze zijn bevestigingen van wie je bent.

Annie Vella — Distinguished Engineer bij Westpac New Zealand en momenteel onderzoeker aan de University of Auckland waar ze de impact van AI op het softwarevak bestudeert — schreef er in maart 2025 een blog over die viraal ging. Ze verwachtte een paar honderd lezers, zoals bij haar eerdere stukken. Het werden er 65.000. Omdat ze exact verwoordde wat duizenden voelden maar niet konden uitspreken.

Ze schreef: velen van ons zijn software engineer geworden omdat we onze identiteit vonden in het bouwen van dingen. Niet het managen. Niet het overzien. Bouwen. Met eigen handen, eigen hoofd, eigen code.

Dat is de kern.

Maar er speelt nog iets wat het geheel extra scherp maakt.


Wat de industrie deed — en wat dat betekent

Software engineering heeft zich de afgelopen decennia steeds verder vernauwd tot coderen als kerndiscipline. Niet omdat developers dat zo wilden. Maar omdat de vraag naar software zo groot was, en het aanbod van goede engineers zo beperkt, dat specialisatie de logische uitkomst was.

Taken die ooit bij de engineer hoorden werden systematisch overgedragen aan anderen. Requirements? Naar de product owner. Architectuur? Naar de architect. Testen? Naar de QA-engineer. Operatie? Naar de platform engineer.

De developer werd meester van zijn code. Smal, diep, gespecialiseerd. En juist in die specialisatie vond hij zijn trots, zijn status, zijn identiteit.

Een geheime taal die alleen hij spreekt. Een magie die de buitenwereld niet begrijpt. Jarenlange oefening om echt goed te worden. Een gemeenschap van gelijkgestemden die dezelfde trots deelt.

En nu bedreigt AI precies dat. Maar de manier waarop dat wordt gepresenteerd maakt het er nog scherper op.


De dubbele klap

De boodschap die je hoort — van toolmakers, van leidinggevenden, van technologiebedrijven — is consistent: jullie gaan minder coderen en meer orkestreren. Jullie worden meer als... managers.

En daar zit de tweede klap.

Annie Vella beschrijft dit in haar blog met een ironie die snijdt. Jarenlang zei de industrie dat software engineering meer was dan alleen coderen. Requirements, design, testen, operatie — dat hoorde allemaal bij het vak. Maar tegelijkertijd duwde diezelfde industrie developers de andere kant op. Steeds smaller. Steeds specialistischer. Steeds meer gericht op de code zelf.

En nu, op het moment dat AI die code overneemt, wordt er gezegd: jullie worden meer als managers.

Maar developers zijn geen developers geworden om managers te worden. Dat is geen toeval of karakterzwakte. Veel mensen in dit vak hebben bewust gekozen voor de technische route omdat ze niet wilden managen. Omdat bouwen hen vervult. Omdat de code hun domein is, niet de vergadering, niet het proces, niet de mensen-coördinatie.

Management heeft in de beleving van veel developers een negatieve connotatie. Meer overhead. Minder maken. Verder van het echte werk. Het voelt als een stap opzij naar iets wat ze nooit hebben gewild.

Dus als de boodschap is: je vak verandert én het verandert in iets wat je bewust niet wilde worden — dan is het geen wonder dat de weerstand zo groot is.

Dit is geen irrationele reactie. Het is een volkomen begrijpelijke reactie op een dubbele bedreiging.


Wat er op het spel staat

De dreiging is niet in de eerste plaats economisch. Natuurlijk zijn er mensen die zich zorgen maken over hun baan. Maar wat ik zie en hoor gaat dieper dan dat.

Het gaat om betekenis.

Onderzoeker Jorge Melegati van de Universiteit Porto, die bestudeert hoe generatieve AI de zelfperceptie van developers verandert, zegt het zo: als AI vrijwel direct kan genereren wat vroeger uren concentratie vergde, verminderen de psychologische beloningen. Voor engineers die hun identiteit opbouwden rondom het oplossen van moeilijke problemen, is die verschuiving destabiliserend.

Niet omdat ze hun baan kwijtraken. Maar omdat het werk zijn betekenis verliest.

Denk aan die momenten van diepe voldoening die Annie beschrijft. De elusive bug die je eindelijk vindt. Het algoritme dat je optimaliseert en de responstijden ziet kelderen. De wirwar van legacy code die je omvormt tot iets helder en onderhoudbaar. Dit zijn geen prestaties alleen — dit zijn uitdrukkingen van wie je bent als engineer.

En nu doet AI dit. Sneller. Goedkoper. Zonder de nacht er wakker van te liggen.


Een gedeeld gevoel

Dit gevoel speelt niet alleen bij jou. Het leeft breed — en er is inmiddels ook onderzoek dat het benoemt.

GitHub-onderzoeker Eirini Kalliamvakou interviewde developers en stuitte op een vraag die veel zegt: "Als ik de code niet meer schrijf, wat doe ik dan?"

Dat is geen praktische vraag. Dat is een existentiële vraag.

Een essay dat begin 2026 breed gedeeld werd formuleerde het scherp: AI raakt niet alleen taken — het raakt cognitie. De plek waar identiteit woont. Code schrijven was nooit alleen typen. Het was denken zichtbaar maken. Als machines deelnemen aan dat proces, voelt dat als een aanval op je uniekheid — niet op je functie.

Dit gevoel speelt breed. Internationaal. Bij seniors met twintig jaar ervaring én bij juniors die net zijn begonnen. Bij mensen bij grote corporates en bij zelfstandigen. Het is geen zwakte. Het is een menselijke reactie op een reële verschuiving.

Onderzoek van Annie Vella laat zien dat 77% van de developers minder tijd besteedt aan code schrijven. Bijna de helft gelooft dat hun kernvaardigheid secundair wordt aan prompt engineering. Bij Spotify — om maar een voorbeeld te noemen — hebben de top-engineers since december geen enkele regel code meer geschreven. De co-CEO noemde het op een earnings call: het is een grote verandering, het is reëel, en het gaat snel.

De industrie transformeert. En de mensen erin voelen dat.

Carolyn Parry, een career identity coach die veel met developers werkt, beschrijft een identiteitscrisis als de desoriëntatie die optreedt als je wordt gevraagd een nieuwe professionele identiteit aan te nemen die je nog niet hebt geïnternaliseerd. De moeilijkheid om je eigen verhaal te vertellen met vertrouwen.

We vertellen allemaal verhalen over wie we zijn. Voor developers was dat verhaal lang helder. Ik bouw dingen. Ik los problemen op. Ik schrijf code die werkt. Mijn waarde is meetbaar: commits, features, oplossingen.

AI heeft de randen van dat verhaal wazig gemaakt. En als het verhaal wazig wordt, wordt de identiteit dat ook.


De psychologie eronder

Wat er onder dit buikgevoel zit is de moeite waard om te begrijpen.

Professionele identiteit is niet oppervlakkig. Het is diep sociaal verankerd. Developers vormen een hechte professionele gemeenschap met gedeelde taal, gedeelde normen, gedeelde trots. Je herkent elkaar. Je begrijpt elkaars referenties. Je deelt een wereldbeeld.

In mijn masterscriptie uit 2006 — over professionele identiteit onder IT-engineers — keek ik naar hoe die identiteit zich verhoudt tot netwerken en posities. Een inzicht dat nu opnieuw relevant is: hoe hechter een professionele gemeenschap, hoe sterker de gedeelde identiteit. En hoe sterker die identiteit, hoe kwetsbaarder ze is voor een aanval van buitenaf.

Dat is geen zwakte van de developer als individu. Het is een eigenschap van elke sterke professionele cultuur.

En AI voelt als zo'n aanval van buitenaf. Niet door een mens. Niet door een concurrent. Maar door een machine die jouw magie repliceert zonder er jaren voor te hebben geoefend. Zonder de nachten wakker te hebben gelegen. Zonder de frustratie en de voldoening te hebben gekend.

Dat is een fundamenteel andere bedreiging dan een reorganisatie of een nieuwe collega. En het verklaart ook waarom "AI is doping" niet alleen een persoonlijke mening is — het is een sociale uitspraak. Een manier om te bevestigen dat je bij de groep hoort, dat je de waarden deelt. Weerstand als loyaliteit.


De drie wegen — en wat ze onthullen

Annie Vella beschrijft in haar onderzoek drie reacties die ze ziet bij developers.

Resist — focussen op domeinen waar menselijke expertise essentieel blijft. Bewust wegblijven van AI-tools.

Adapt — AI omarmen, de nieuwe rol van orchestrator accepteren, meebewegen.

Balance — een middenweg zoeken. AI inzetten voor routinetaken, maar de vreugde van direct probleemoplossen bewaren waar dat kan.

Ze introduceert de metafoor van de slinger — je kunt heen en weer bewegen tussen diep coderen en AI-orkestratie. Niet kiezen, maar bewegen. Voor veel mensen herkenbaar en invoelend.

Maar als ik kijk naar wat ik in de praktijk zie — in gesprekken, in organisaties, in online discussies — dan is er een reactie die Annie niet benoemt. Een reactie die aan resist voorafgaat.

Deny.

Ontkennen.


Het copingmechanisme dat niemand benoemt

Ontkenning is geen bewuste keuze. Het is een psychologisch beschermingsmechanisme. En het is de meest menselijke reactie op een bedreiging die te groot voelt om direct onder ogen te zien.

Je herkent het in de taal die je tegenkomt.

"AI schrijft slechte code." Klopt gedeeltelijk — maar wordt gebruikt als argument om er niet mee te werken.

"AI is doping." Een morele veroordeling die de eigen weerstand legitimeert.

"Dit werkt niet in de praktijk." Soms terecht — maar vaak een manier om afstand te houden.

"Over twee jaar is de hype voorbij." Een geruststelling die de noodzaak tot aanpassen uitstelt.

Dit zijn geen domme argumenten. Sommige hebben zelfs grond. Maar ze functioneren primair als verdediging. Als een manier om de onrust op afstand te houden. Om het verhaal over jezelf intact te houden.

Dat is menselijk. Volledig begrijpelijk. Ik oordeel er niet over.

Maar ontkenning als copingmechanisme heeft een kostprijs. Het geeft tijdelijk rust maar maakt de uiteindelijke aanpassing zwaarder.


De paradox die alles zegt

Wie kijkt naar de verdeling van weerstand, ziet iets opvallends: die is het grootst bij developers.

Niet de marketeers. Niet de managers. Niet de mensen zonder technische achtergrond. Juist de mensen die het dichtst bij de technologie staan. Die de taal spreken. Die begrijpen hoe het werkt.

En de mensen die het minste weerstand hebben? Vaak de non-coders. De mensen voor wie AI een soort magie is — maar een magie die hen plotseling toegang geeft tot mogelijkheden die ze eerder niet hadden.

Dat lijkt contra-intuïtief. Maar het is volkomen logisch als je het door de lens van identiteit bekijkt.

De non-coder had geen identiteit te verliezen in dit domein. AI geeft hem iets. De developer had alles opgebouwd rondom het vermogen dat AI nu repliceert. AI neemt hem iets af — of voelt zo.

De weerstand is proportioneel aan het verlies. En het verlies is proportioneel aan de investering in de identiteit.

Dit is geen karakterzwakte. Het is een teken van hoe diep het vakmanschap was ingebed in wie deze mensen zijn.

En hier zit de andere kant van de paradox.

De weerstand is het grootst bij de developers. Maar developers zijn ook het best voorbereid — in onderliggende competenties — voor wat Era 2 vraagt. De vaardigheden, het denkvermogen, de diepgang die zo kenmerkend is voor dit vak — dat is precies wat Era 2 vraagt.

Die stelling wil ik onderbouwen.

In Blog 2.


Bronnen: Annie Vella, "The Software Engineering Identity Crisis" (annievella.com, maart 2025) — Jorge Melegati, University of Porto — Eirini Kalliamvakou, GitHub Research — LeadDev, "Managing the AI-driven developer identity crisis" (maart 2026) — Medium/@codelens, "The Developer Identity Crisis Isn't About AI" (januari 2026) — Business Insider, "AI is creating an identity crisis for coders" (maart 2026)

Co-creatie: Dit blog is tot stand gekomen in samenwerking met Claude (Anthropic) als denkpartner en schrijfassistent. NotebookLM gebruikt voor de visualisaties.