Tokenafhankelijkheid
Besef waar je aan begint
Dit is de zesde blog in mijn reeks over de tokeneconomie. Eerdere delen onderaan deze pagina met korte samenvatting.

Eind maart liep ik door de Harz. Bossen, stilte, geen scherm in zicht. Maar in mijn hoofd draaide een bericht dat ik die ochtend had gelezen: Anthropic gaat zijn Claude-abonnementen throttlen. Te veel vraag, te weinig capaciteit. Tijdens piekuren worden sessielimieten sneller verbruikt. Pro-gebruikers merken het als eerste.
Onderweg schoot me een aflevering van Black Mirror te binnen die ik kort daarvoor had gekeken. Common People. De openingsaflevering van seizoen zeven.
Ik noteerde het idee voor deze blog. In de weken daarna volgden meerdere aankondigingen van Anthropic — elk op zichzelf beheersbaar, samen een patroon. Eind april, lopend door de Algarve, vielen de stukken op hun plek.
Het onderliggende mechanisme van die Black Mirror-aflevering vertoont opvallend veel overeenkomsten met wat er in de AI-markt aan het gebeuren is.
Wat er in de aflevering gebeurt
Amanda krijgt een hersentumor. Ze raakt in coma. Er zijn twee opties: ze sterft, of Rivermind voert een operatie uit. Rivermind verwijdert het aangetaste deel van haar hersenen en vervangt dat door een apparaatje dat via hun cloudservers haar bewustzijn intact houdt.
De operatie zelf is gratis.
Daarna betaal je een maandelijks abonnement.
Het begint redelijk. Dan komen de beperkingen van de basisdienst. Een Plus-tier biedt uitkomst. Daarboven een Lux-tier. De prijs stijgt. De voorwaarden wijzigen. Mike, haar man, probeert het bij te houden en doet daarvoor dingen die hij nooit had gedacht te doen.
Tot er geen weg meer terug is.

Bedenker Charlie Brooker noemde zijn inspiratiebron enshittification. Het proces waarbij een dienst in het begin fantastisch is — goedkoop, ruimhartig, zonder beperkingen — en stap voor stap verslechtert naarmate het bedrijf winstgevend moet worden. De gebruiker is op dat moment al afhankelijk. De uitweg is afgesneden.
De uitgestelde rekening
Rivermind is fictie. Maar het mechanisme is reëel — en Anthropic heeft het in zes stappen in de afgelopen weken zichtbaar gemaakt.
AI-bedrijven hebben de afgelopen jaren miljarden geïnvesteerd in datacenters, GPU-clusters en modelontwikkeling. Die investeringen zijn nog nauwelijks verdisconteerd in wat jij nu betaalt. De rekening is uitgesteld, niet kwijtgescholden. En ondertussen bouwen gebruikers hun werkprocessen om AI heen, integreren ze dieper, vertrouwen ze meer.

Stap één: minder per sessie tijdens piekuren — eind maart 2026 paste Anthropic zijn vijf-uurs sessielimieten aan. Tijdens piekuren — grofweg de Europese werkdag, 13:00–19:00 GMT — verbruiken abonnees hun sessiebudget sneller dan vijf werkelijke klokuren. Het wekelijkse totaal bleef ongewijzigd. Maar het signaal was helder: de grenzen verschuiven, zonder dat de prijs verandert.
Stap twee: geen third-party tools meer op abonnement — begin april 2026 sloot Anthropic de toegang af voor externe automatiseringsplatformen zoals OpenClaw. Abonnees die hun Pro- of Max-budget gebruikten om eigen agent-workflows te draaien, konden dat van de ene op de andere dag niet meer. De reden was economisch: een Max-abonnement van $200 per maand werd ingezet voor $1.000 tot $5.000 aan compute-taken. Dat wanevenwicht was niet houdbaar. Wie die agents wil blijven draaien, betaalt voortaan API-tarieven — de transparante, ongesubsidieerde prijs.
Stap drie: enterprise van flat fee naar seat plus verbruik — in april 2026 bevestigde Anthropic een fundamentele herstructurering van zijn Enterprise-model. Waar organisaties voorheen betaalden via een vaste seat-prijs die gesubsidieerde tokens omvatte, geldt nu een enkelvoudig enterprise-seat van $20 per gebruiker per maand, met alle verbruik apart gefactureerd tegen standaard API-tarieven. Voor sommige enterprise-klanten betekent dit een verdrievoudiging van de effectieve kosten.
Stap vier: een nieuwe tokenizer bij Claude Opus 4.7 — op 16 april 2026 introduceerde Anthropic een nieuw model met een aangepaste tokenizer. De stickerprice bleef gelijk: $5 per miljoen input tokens, $25 per miljoen output tokens. Maar dezelfde invoer kost nu tot 35% meer tokens — op technische documenten en codebases gemeten tot 47% meer. Het sessievenster raakt eerder op. De rate limit komt sneller dichtbij. De rekening op de API stijgt — zonder dat de gepubliceerde prijs verandert.
Stap vijf: Claude Code tijdelijk uit het Pro-abonnement — op 21 april 2026 verdween Claude Code stilzwijgend uit het $20 Pro-abonnement. Geen aankondiging, geen changelog. Developers die 's ochtends inlogden zagen een X staan waar eerder een vinkje stond. Binnen 24 uur draaide Anthropic het terug na een developer-opstand op Reddit, Hacker News en Twitter. Het hoofd Growth van Anthropic omschreef het als een test op 2% van de nieuwe gebruikers — maar de officiële pricing-pagina en documentatie waren voor iedereen zichtbaar aangepast. De verklaring die hij gaf was de meest onthullende zin van de hele episode: "Usage has changed a lot and our current plans weren't built for this." De terugdraaiing was tactisch. De richting is onveranderd.
Stap zes: het model stiekem dommer gemaakt — en teruggedraaid — in april 2026 erkende Anthropic publiekelijk drie afzonderlijke incidenten waarbij Claude onbedoeld slechter ging presteren. Ten eerste was de standaard reasoning effort stilletjes verlaagd om tokens te sparen — het model dacht minder diep na, verbruikte minder rekenkracht. Teruggedraaid na gebruikersklachten. Ten tweede veroorzaakte een cache-optimalisatie een bug waarbij sessiegeheugen bij elke beurt werd gewist, waardoor Claude "forgetful and repetitive" werd. Opgelost op 10 april. Ten derde werd bij de lancering van Opus 4.7 een systeem prompt ingevoerd met strikte woordlimieten — bedoeld om beknoptheid te bevorderen. Ablation-tests achteraf toonden een meetbare kwaliteitsverslechtering van drie procent aan. Ook teruggedraaid.

Drie van de zes stappen zijn teruggedraaid. Maar terugdraaien betekent niet vergeten. Het betekent: dit keer te vroeg, te zichtbaar, te veel weerstand. De richting van elke stap was dezelfde: minder per abonnement, meer per token, meer rekenkracht voor dezelfde prijs onmogelijk maken.

Zes stappen in zes weken. Geen van allen dramatisch op zichzelf. Samen vormen ze een patroon dat precies werkt zoals Brooker het beschreef: niet in één grote klap, maar tier voor tier, aanpassing voor aanpassing.
Vandaag zit veel functionaliteit in de basislaag. Vandaag zijn de limieten nog redelijk. Maar wie de richting ziet, weet dat dit geen tijdelijke krapte is. Het is het begin van de normalisering van een kostenniveau dat al die tijd al onder de oppervlakte lag.
Je hoeft geen profeet te zijn om de richting te zien. En wie dan al zijn werkprocessen heeft gebouwd op die functionaliteit, heeft weinig keus meer. Alle grote aanbieders bewegen dezelfde kant op. Overstappen ruilt de ene beperking in voor de andere.
De volgende laag: agentic AI
We staan aan het begin van wat ik in een eerdere blog het tweede tijdperk van AI noemde: het agentische tijdperk. Niet meer een model dat antwoord geeft op een vraag, maar agents die zelfstandig taken uitvoeren, beslissingen nemen, andere agents aansturen.

Dat brengt twee nieuwe realiteiten mee die allebei onderbelicht blijven.
De eerste is tokenverbruik. Een agent die op de achtergrond werkt, draait continu. Niet als jij een vraag stelt, maar terwijl hij plant, uitvoert, controleert en bijstuurt. Eén agentic workflow kan het verbruik van een gewone gebruikersinteractie vele malen overtreffen. De meter loopt harder dan ooit — maar je kijkt er niet naar.

De tweede is afhankelijkheid. Waar je bij een chatinterface nog bewust een vraag stelt, zijn agents processen die in jouw naam opereren. Ze verweven zich in je organisatie. De stap is niet meer "ik gebruik een tool" maar "mijn processen draaien op een infrastructuur die ik niet controleer." Dat is een andere orde van grootte.

Rivermind maakt dat precies inzichtelijk. Amanda is niet afhankelijk van een app. Ze is afhankelijk van een infrastructuur die haar bewustzijn draaiende houdt. Agents zijn geen abonnement. Het zijn processen die in je organisatie verweven raken. En zodra ze verweven zijn, geldt stap drie van Anthropic's aanpassingen niet meer als waarschuwing maar als realiteit: je betaalt niet meer voor toegang, je betaalt voor verbruik — elke dag, elke workflow, elke agent.
Besef waar je aan begint
AI gebruiken is onvermijdelijk. Een bepaalde mate van afhankelijkheid is dat ook. Dat is op zichzelf geen probleem — zolang je weet waar je aan begint.
Dat begint met het besef dat je afhankelijk wordt. Niet als waarschuwing, maar als gegeven. Wie dat erkent, neemt het mee in zijn keuzes. Welke processen bouw ik om AI heen? Wat gebeurt er als een dienst duurder wordt, of beperkter? Hoe diep laat ik agents verweven raken in mijn organisatie? Dat zijn geen technische vragen. Het zijn strategische vragen die je vooraf stelt, niet achteraf.

AI kost geld — in tokens. Elke interactie, elke agent, elke achtergrondtaak heeft een prijs. Wat je nu betaalt dekt die prijs niet. De huidige tarieven worden zwaar gesubsidieerd door investeerders die wachten op hun rendement. OpenAI draait miljarden verlies per jaar. Anthropic werd in februari 2026 gewaardeerd op 380 miljard dollar — en overweegt op het moment van schrijven een nieuwe ronde die dat bedrag meer dan verdubbelt naar bijna 900 miljard. Op basis van wat het moet gaan verdienen, niet wat het nu verdient. Die rekening wordt een keer gepresenteerd — en de richting is al zichtbaar in de zes stappen die ik hierboven beschreef. De prijs van AI-intelligentie gaat structureel omhoog. Niet morgen, maar de beweging is ingezet.
Wie naïef aan AI begint — vol enthousiasme tools integreert, agents inzet, processen automatiseert zonder te begrijpen wat dat kost en wat er verandert als de prijs stijgt — bouwt een afhankelijkheid die hij later niet meer kan sturen. Dat is geen reden om niet te beginnen. Intelligentie als een soort elektra heeft enorme waarde. De vraag is niet óf je het aansluit, maar hoe bewust je dat doet. Welk verbruik rechtvaardigt de investering? Welke processen zijn kritiek genoeg om te bouwen op een infrastructuur die je niet controleert? En wat is je plan als de rekening omhoog gaat?

Daaruit volgt tokenefficiëntie als vaardigheid. Niet als bezuinigingsmaatregel, maar als manier om grip te houden. Wie helder formuleert, bereikt meer met minder. Wie zijn agents bewust inricht, houdt de meter leesbaar. Wie begrijpt wat een token kost — en wat er achter die prijs schuilt — wordt niet verrast door de rekening.

De tokenreeks — eerder verschenen
Tokens op de meter — 23 maart 2026 Sam Altman beschreef het businessmodel openlijk: intelligentie wordt een nutsvoorziening, afgerekend per token. Deze blog introduceert de token als rekeneenheid, beschrijft de verslavingsfase waarin AI-bedrijven nu zitten — goedkoop om afhankelijkheid te bouwen — en legt uit waarom de uitgestelde rekening reëel is. Tokenefficiëntie is al nu een strategische vaardigheid.
De tokeneconomie — 24 maart 2026 Alibaba richtte de Alibaba Token Hub op: een formele business unit met de missie "tokens creëren, distribueren en toepassen." Drie lagen — foundational modellen, API-distributie, agentic platforms — vormen een verticaal geïntegreerd ecosysteem. Opmerkelijk: de tokeneconomie benoemt zichzelf, terwijl eerdere technologiegolven pas achteraf werden benoemd.
De token als meetlat — 27 maart 2026 Naar aanleiding van een WSJ-artikel: vier lenzen waarop bedrijven tokenverbruik meten — als factuur (Zapier), als prestatiemeting (Meta, Shopify), als statussymbool (tokenmaxxing bij OpenAI en Anthropic intern), en als waarde-signaal (Vercel, Kumo AI). Centrale conclusie: tokenefficiëntie is een proxy voor denkkwaliteit, niet voor technische vaardigheid.
SAP wordt tokenreseller — 28 maart 2026 SAP-CEO Christian Klein kondigde het einde van het abonnementsmodel aan. Als AI-agents de taken van tien medewerkers overnemen, heb je tien keer zo weinig seats nodig. SAP's "AI Units" zijn onder de motorkap tokens ingekocht bij Anthropic, OpenAI en anderen — SAP is in essentie een tokenreseller geworden. Systemen commoditiseren; menselijk vermogen blijft de onvervangbare differentiator.
De meter die lastig is te lezen — 7 april 2026 De meest technische blog van de reeks. Drie betalingswerelden: de transparante API-wereld (prijs per miljoen tokens openbaar), de verpakte abonnementswereld (Claude Pro, ChatGPT Plus — tokenprijs verborgen maar terugrekbaar), en de geabstraheerde enterprise-wereld (Microsoft M365 Copilot, GitHub Copilot — tokenlaag volledig onzichtbaar). Kernconclusie: abonnementen zijn voor de gemiddelde gebruiker 3× tot 14× duurder per token dan directe API-toegang. In de enterprise wrapper-wereld ontbreekt de prikkel tot tokenefficiëntie structureel.
Co-creatie: Dit stuk is gemaakt samen met Claude (Anthropic) en NotebookLM (Google). De gedachten, posities en interpretaties zijn van mij.